Boa gemeente Amersfoort
Indebuurt Amersfoort,  Interview

Jonathan is handhaver in de binnenstad: ‘We zijn niet de stadswachten van vroeger’

Wie regelmatig te lui is om hondenpoep op te ruimen of wel eens verkeerd heeft geparkeerd, kent ze vast. Buitengewoon opsporingsambtenaren, kortweg BOA’s. Ze houden een oogje in het zeil in Amersfoort. Jonathan Feringa is er één van.

Als Jonathan jong is, wil hij niets liever dan politieman worden. Maar als hij een opleiding moet gaan kiezen, blijkt de sporttest van de politieacademie net iets te hoog gegrepen. “Ze hebben me toen aangeraden om de opleiding Handhaving, Toezicht en Veiligheid te volgen op het MBO in Amersfoort.” Als hij vervolgens in het tweede leerjaar aan een BOA wordt gekoppeld en de straat op mag, weet hij het zeker: dit is wat hij wil.

‘Er is geen touw aan vast te knopen’

Op zijn zeventiende biedt de gemeente Amersfoort hem een contract aan. Inmiddels loopt hij al vier jaar door de Amersfoortse straten. “Het leukste aan mijn werk? Ik heb wél de tijd om bij een ondernemer naar binnen te gaan en te praten, of een klacht van een oud vrouwtje aan te horen. Bij de politie rijd je toch vooral meldingen, dit is heel anders.” En hoe de dag loopt? Dat is altijd maar weer afwachten. “Ik weet aan het begin van de dag nooit wat ik aan het eind van de dag allemaal heb gedaan. Er is geen touw aan vast te knopen en juist dat maakt het leuk.”

Geen stadswachten meer

Jonathan is zich er maar al te bewust van dat niet iedereen staat te springen om in contact te komen met een BOA. “Soms kom je er vanaf met een waarschuwing, maar als het niet anders kan volgt er een boete. We proberen dan wel uit te leggen waarom we een boete uitdelen,” aldus de BOA, “mensen moeten er soms nog wel aan wennen dat we niet meer de stadswachten zijn die alleen maar ‘foei’ zeiden.” Zelf doet hij ook geen vreugdedansje als er een snelheidsboete op de mat valt. “Dat gebeurt mij ook wel eens, dan baal ik ook. Maar die emotie ga ik niet uiten want ik ben wel degene die de overtreding begaat.”

‘Iedereen wilde die kat uit het water krijgen’

En zo loopt hij dag en nacht door zijn wijk, ook wel bekend als de binnenstad. Tijdens nachtdiensten is het opletten geblazen, maar is er ook ruimte voor mooie herinneringen. “Ik weet nog goed dat er een kat in het water was beland. Het mooie van die horecanacht was dat wij, de politie, verkeersregelaars, portiers én uitgaanspubliek echt alles hebben gedaan om die kat uit het water te krijgen. We hebben bezemstelen gebruikt en bootjes, uiteindelijk sprong één verkeersregelaar het water in. Dan maakt het niet uit wie je bent of wat je rol is. Iedereen wilde die kat gewoon uit het water krijgen. Dat is een mooi moment.”

Ja, die baan als politieman is wel even naar de achtergrond geschoven. Over vijf jaar kom je Jonathan nog steeds tegen op straat, al moet je daar misschien wel voor naar een andere stad. “Amersfoort is al groot, maar het lijkt me mooi om over vijf jaar in Utrecht of Amsterdam te werken.”

error: Content is protected !!