Het is herfst. In Birkhoven knisperen de blaadjes onder de zolen van de wandelaars die zich vergapen aan het prachtige kleurenpallet van het bos in dit seizoen. Hoog tijd om een rondje te lopen met boswachter Martijn Bergen door ‘zijn’ Birkhoven.
Je zou denken dat Martijn nooit iets anders heeft gedaan als je met hem door Birkhoven loopt, maar niets is minder waar. Sinds 2005 is de natuur zijn kantoor, daarvoor was hij kok. “Hartstikke mooi beroep, maar als je een normaal leven op wil bouwen is het niet de beste keuze”, zegt hij.
‘Vroeger wilde ik boswachter of boer worden’
Nu praat hij honderduit over dunningen, het weghalen van bomen zodat de zaden op de grond de kans krijgen om te groeien, honden in het bos én dennen van 160 jaar oud. “Vroeger wilde ik boswachter of boer worden. Nou, één van die twee is het in ieder geval geworden”, vertelt hij lachend. En terecht, want je hebt nog nooit iemand zo enthousiast horen praten over het 60 hectare grote bos.

Adembenemend Birkhoven
Birkhoven blijft adembenemend, omdat er zoveel sferen zijn. “Vanaf de parkeerplaats zie je eerst een donker stuk met beuken, dan wordt het wat opener en dan kom je in een stuk met grote, Amerikaanse bomen. Je loopt niet eindeloos door een beukenbos.” En dan hebben we het nog niet gehad over de hoogteverschillen rond de bosvijver en het Pinetum, een verzameling van verschillende naaldbomen uit de hele wereld

Toch is Brikhoven niet het enige bos van onder leiding van Martijn: “In totaal heb ik zo’n 2000 hectare bos, van Maartensdijk tot Amersfoort Oost.” En dat brengt hem gelijk op de taak van boswachters. Wij komen ze namelijk niet vaak tegen als we door het bos struinen. “Vroeger was het de taak van een boswachter om ervoor te zorgen dat de beesten veilig waren, het hout geoogst werd en er geen stropers rondliepen. Nu ben ik eigenlijk manager. Er wordt van mij verwacht dat ik, in samenspraak met buren en gebruikers van het bos, alles in goede banen leidt.”
‘Hier doe ik het voor’
Veel bureaucratie die ervoor zorgt dat hij niet altijd écht bezig is met zijn vak. “Dat is dit,” vertelt Martijn terwijl hij om zich heen kijkt, “ik moet het bos goed maken zodat zoveel mogelijk vlinders, insecten, vogels en zoogdieren hier kunnen leven.”

Eenmaal in het bos bloeit Martijn weer helemaal op. “Boswachters zijn echt geen hippies die zeggen dat je de hele dag buiten moet lopen. Laat ik het zo stellen: als ik als kok alleen met diepvriesproducten moet werken, haak ik ook af. In het bos krijg ik die energie weer. Hier doe ik het voor, denk je dan.”
Dit artikel is eerder verschenen op indebuurt.nl.